Maatregelen om het net in Flevoland te ontlasten
De komende jaren zal het tekort aan vermogen op het stroomnet in Flevoland verder toenemen. Om de impact van de krapte op het stroomnet op de economische groei en woningbouw te beperken, zijn gerichte maatregelen nodig. Bekijk hieronder de maatregelen waar we mee aan de slag gaan om congestie in Flevoland te verlichten. We verdelen Flevoland in twee gebieden. We hebben elf maatregelen in Noordelijk Flevoland en tien maatregelen voor de Flevopolder.
Bekijk de elf maatregelen voor Noordelijk Flevoland
Om aan de toenemende energievraag te voldoen, is het nodig om het bestaande stroomnet aan te passen.
We gebruiken steeds meer stroom en wekken steeds meer op, ook op plekken waar dat vroeger niet gebeurde. Dit vraagt om een gigantische uitbreiding van ons net. Zo staan we samen voor de grootste verbouwing ooit.
In Noordelijk Flevoland leggen we de komende jaren veel nieuwe kabels en plaatsen, of vernieuwen we elektriciteitshuisjes. Door deze uitbreiding zorgen wij ervoor dat u ook in de toekomst gebruik kunt blijven maken van een betrouwbaar stroomnet.
Om het elektriciteitsnet optimaal te benutten en meer klanten aan te sluiten, werkt Liander aan een nieuwe werkwijze: de gebiedsaanpak. Deze aanpak is bedoeld om per regio zoveel mogelijk klanten van de wachtlijst te helpen.
De kern van de gebiedsaanpak is het aanbieden van flexibele contracten aan nieuwe klanten. Flexibiliteit speelt een cruciale rol in een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem. Met een flexibel contract kan de klant in samenwerking met Liander zijn energieverbruik of teruglevering aanpassen. Dit houdt in dat er meer energie wordt afgenomen wanneer er een overschot is en juist minder tijdens piekmomenten.
Hierdoor wordt het elektriciteitsnet ontlast, congestie voorkomen en blijft energie betaalbaar, betrouwbaar en toegankelijk.
Daarnaast onderzoekt Liander in verschillende gebieden hoe kabels en transformatoren op een verantwoorde manier zwaarder belast kunnen worden. Ook wordt gekeken naar de inzet van slimme technische oplossingen zoals congestiesets en andere innovatieve maatregelen. Door deze extra capaciteit kunnen meer klanten worden aangesloten met flexibele contracten.
Het is op dit moment nog niet bekend wanneer deze aanpak in Noordelijk Flevoland wordt toegepast. Zodra hier meer duidelijkheid over is, communiceren we dit.
Liander heeft als netbeheerder de wettelijke taak om te zorgen dat er zoveel stroom door het netwerk gaat als het netwerk aankan. Dat doen we om storingen in het elektriciteitsnet te voorkomen. We onderzoeken of we de grens van wat we kunnen transporteren over het net kunnen verhogen, waardoor we meer elektriciteit via dezelfde kabels transporteren.
Bij een storing plaatsen we een congestieset om congestie te verhelpen. Een congestieset bestaat uit een aggregaat, een accu of een combinatie van beide, die mobiel paraat staan om bij te springen op het net in geval van storing.
Een energyhub is een systeem dat verschillende energiebronnen en -technologieën combineert, om de energievoorziening efficiënter en duurzamer te maken. Het integreert energieopwekking (zoals zonne- en windenergie), opslag (zoals batterijen) en beheer om de energiekosten te verlagen, de betrouwbaarheid te verhogen en de milieu-impact te verminderen.
In overleg met de gemeenten en bedrijven onderzoeken we de mogelijkheid om energyhubs te maken in Urk en Noordoostpolder. Bijvoorbeeld door glastuinbouw, agrariërs, woningen en industrie met elkaar te verbinden, zodat meer klanten geholpen kunnen worden met de beperkte capaciteit die beschikbaar is op het net.
We onderzoeken de mogelijkheden om klanten aan te sluiten op het eigen netwerk - Gesloten Distributie Systeem (GDS) - van grote bedrijven of windmolenparken wanneer op het net van Liander geen capaciteit beschikbaar is.
In Port of Urk onderzoeken we bijvoorbeeld of een aantal windturbines op een GDS van een grote klant aangesloten kan worden.
Het stroomnet is slechts een beperkt deel van de tijd vol, met name tijdens piekmomenten. Als bedrijven minder stroom gebruiken tijdens deze piekmomenten, ontstaat er ruimte voor economische groei en woningbouw. Flexibel omgaan met vermogen noemen we dat. Bedrijven kunnen hier (onder voorwaarden) een vergoeding voor krijgen, of korting op hun nettarief.
Netbewust bouwen van woningen en bedrijventerreinen helpt de druk op het elektriciteitsnet te verminderen. Wanneer gemeenten, projectontwikkelaars en aannemers bij het ontwerp rekening houden met de netbelasting, kunnen meer woningen en bedrijven worden aangesloten op dezelfde kabel. Hoe? Door de net- en piekbelasting te verlagen en energiegebruik en -teruglevering slim af te stemmen op de netcapaciteit.
We onderzoeken de mogelijkheden voor een ZLT warmtenet in Noordelijk Flevoland. Dit warmtenet zal gebruikmaken van restwarmte uit de visverwerkende industrie. Door een warmtenet toe te passen, vermindert de behoefte aan elektriciteit voor verwarming, waardoor meer klanten aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet.
Slim laden voorkomt overbelasting van het stroomnet tijdens piekuren. Veel elektrische rijders laden hun auto direct bij thuiskomst, wat 's avonds voor een piek in netbelasting zorgt. Door laadpalen zo in te stellen dat auto's voornamelijk opladen tijdens daluren, benutten we de bestaande netcapaciteit efficiënter. Samen met laadpaalexploitanten en concessieverleners werken we aan het spreiden van laadmomenten en het verlagen van het laadvermogen tijdens piekuren. Voor uitzonderingen en noodsituaties blijft direct laden altijd mogelijk.
Het energiesysteem is in verandering, wat vraagt om een nieuwe aanpak van zowel Liander als haar klanten om efficiënt om te gaan met de beperkt beschikbare capaciteit. Daarom zoeken we, naast de bestaande contracten, naar nieuwe contractvormen die optimaal gebruik maken van de beschikbare capaciteit en die aantrekkelijk zijn voor beide partijen. Een voorbeeld hiervan zijn contracten waarbij klanten op bepaalde momenten van de dag minder vermogen afnemen.
Bekijk de tien maatregelen voor de Flevopolder
Stroom kiest de weg van de minste weerstand. Door de complexe manier waarop het elektriciteitsnet aan elkaar is verbonden kan het gebeuren dat - op momenten dat veel stroom over het net getransporteerd wordt - knelpunten ontstaan. Er gaat dan teveel stroom over een bepaald deel van het net. En dat terwijl er elders op het net wel ruimte is. Door een 'omleiding' aan te leggen in het hoogspanningsnet, kunnen we stroom tijdelijk naar een deel van het net verplaatsen waar het minder druk is. Daarmee houden we een betere balans op het net. Het is alleen een complexe puzzel om die omleiding aan te kunnen leggen.
Met deze maatregel gaan we op de juiste plekken en op de juiste momenten extra stroomproductie realiseren. Wanneer bestaande aangeslotenen niet voldoende middelen hebben om de congestief op te lossen wordt in deze kostbare noodmaatregel gekeken naar het realiseren van nieuwe bronnen van flexibiliteit. Dat kan zijn het bijplaatsen van (gas)aggregaten of, indien het congestie profiel dit toelaat, ook batterijen. We willen hierbij zoveel mogelijk gebruik maken van de bestaande gas en elektra infrastructuur en vragen daarom bestaande aangeslotenen of zij hun aansluiting en terrein ter beschikking kunnen stellen om marktpartijen daar te laten investeren in stuurbare installaties.
Utrecht heeft voor de zomer van 2024 een tender in de markt gezet. Flevopolder zal naar verwachting binnen nu en een jaar volgen, waarbij de ervaringen die in Utrecht worden opgedaan meegenomen zullen worden in de aanpak in Flevopolder.
We gebruiken in onze netten en stations bepaalde grenzen om een max hoeveelheid elektriciteit te transporteren. Met deze maatregel onderzoeken we of we de grenzen kunnen verleggen, waardoor we nog meer elektriciteit kunnen transporteren. Het is belangrijk dat we dit goed onderzoeken, want als we teveel elektriciteit over het net transporteren kan er bijvoorbeeld een kabel of station kapot gaan waardoor er een stroomstoring ontstaat. Dit onderzoek voeren we samen uit met netbeheerder TenneT en de veiligheidsregio.
We bewegen naar een nieuw energiesysteem, waarin we voor onze energievoorziening steeds meer afhankelijk zijn van de natuur; of de zon schijnt en hoe hard het waait. Dat betekent dat er per dag verschillen zijn in de hoeveelheid energie die beschikbaar is. Batterijen passen goed bij het nieuwe energiesysteem, omdat ze kunnen helpen om tekorten of overschotten aan energie op te vangen. Als er veel duurzame energie opgewekt wordt, kunnen batterijen dat tijdelijk opslaan. Andersom, als er weinig duurzame energie opgewekt wordt, kan de energie die eerder in batterijen is opgeslagen gebruikt worden. Batterijen kunnen op die manier helpen om netcongestie (= drukte op het elektriciteitsnet) te verminderen. Maar: ze kunnen ook bijdragen aan het probleem. Als batterijen altijd direct laden als ze leeg zijn en niet wanneer de zon volop schijnt, bijvoorbeeld, kunnen ze de netcongestie juist verergeren. Daarom sluiten de regionale netbeheerders alleen nog batterijen aan op het net met de afspraak dat ze helpen de drukte op het net te voorkomen (congestie-neutraal). Daarnaast wordt erop ingezet dat batterijen de congestie helpen oplossen (congestieverzachtend).
Dit is een vrij technische maatregel, die momenteel juridisch dichtgetimmerd is. Toch gaat netbeheerder TenneT, verantwoordelijk voor het landelijke hoogspanningsnet, onderzoeken of we de zogenaamde ‘70%-regel’ kunnen openbreken. Die Europese regel verplicht TenneT om 30% van de ruimte op het hoogspanningsnet te reserveren voor uitwisseling van elektriciteit met onze buurlanden, België en Duitsland. Als we dat percentage wat mogen verlagen, ontstaan extra ruimte op het net dat kan worden gebruikt voor transport binnen de landsgrenzen; dus voor nieuwe of zwaardere aansluitingen.
Let op: niet van toepassing op de Flevopolder.
De congestie voor afname wordt veroorzaakt door een grote hoeveelheid nieuwe aanvragen voor grootverbruikers, ontwikkelingen in warmtepompen en elektrisch vervoer bij kleinverbruikers en geplande woningbouw. Verbruiken klanten veel elektriciteit tegelijkertijd? Dan ontstaan er piekmomenten. Bestaande klanten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de lokale balans tussen vraag naar stroom en het aanbod ervan, door het reduceren van verbruikspieken. Doordat bedrijven tijdelijk minder elektriciteit afnemen (of juist meer terugleveren) kan het net op piekmomenten worden ontlast. Dit noemen we congestiemanagement. Partijen ontvangen hiervoor een financiële vergoeding. In de eerste fase van congestiemanagement is deelname vrijwillig. Een volgende stap is verplichte deelname aan congestiemanagement.
De groeiende vraag naar elektriciteit is deels een gevolg van het elektrificeren, ofwel aardgasvrij verwarmen. Huizen en gebouwen elektrificeren in rap tempo. Cv-ketels maken plaats voor warmtepompen. Dat is goed nieuws voor de verduurzaming van ons land, maar het gaat momenteel zo snel dat er problemen ontstaan op het elektriciteitsnet. Door in deze fase van de energietransitie lastige keuzes te maken, kunnen we het net zomin mogelijk belasten. Daarom is het advies voor bestaande huizen en gebouwen: kies voorlopig voor hybride warmtepompen, in plaats van volledig elektrische. De hybride variant verbruikt immers minder elektriciteit. Daarnaast zien we het belang van het slim instellen van warmtepompen en elektrische installaties om zo het elektriciteitsverbruik te beperken.
De woningbouwopgave in ons land is enorm. Er moeten heel veel extra huizen bij. Doordat het net op steeds meer plekken vol zit, is het niet altijd vanzelfsprekend dat een nieuwbouwproject een elektriciteitsaansluiting kan krijgen. Wat nou als de nieuwbouwwijk bijna geen elektriciteit van het net vraagt en ook zo weinig mogelijk teruglevert?
Netbewuste nieuwbouw, noemen we dat. Er lopen verschillende initiatieven zoals de ontwerpprincipes; het buurtbudget, waarbij we een maximale hoeveelheid netcapaciteit beschikbaar stellen. Dit stimuleert de projectontwikkelaar om creatieve oplossingen te zoeken en de nieuwe wijk zo netbewust mogelijk te ontwerpen. Denk bijvoorbeeld aan publieke laadpleinen waar netbewust laden (laden buiten de spitsuren) de norm is of gezamenlijke opwek door middel van zonnepanelen op de gevel. En vanuit Alliander de Balanswijk, waarin we samen met de sector een wijk willen ontwikkelen die zorgt voor meer balans op het energienet en zo min mogelijk afhankelijk is van het bestaande stroomnet.
Elektrische auto’s vragen veel van het elektriciteitsnet, zeker als ze worden opgeladen tijdens de uren dat het erg druk is. Maar elektrisch laden is heus niet alleen deel van het probleem; het kan ook onderdeel zijn van de oplossing voor het drukke elektriciteitsnet. Als we ons elektrische wagenpark slim gebruiken, wordt ons energiesysteem flexibeler.
Door samen met laadpaalexploitanten het laadvermogen van publieke laadpalen tijdelijk te verlagen (bijvoorbeeld tussen 16:00 en 21:00 uur), komt er ruimte vrij voor andere dingen. Als we de palen zo inregelen dat dat automatisch gebeurt, is je auto gewoon de volgende ochtend vol en klaar voor vertrek én we hebben weer een stukje ruimte op het net. Win-win. Voor uitzonderingen en noodsituaties bestaat altijd de mogelijkheid tóch te laden.
In de provincie Flevoland bevinden zich reeds meerdere Gesloten Distributie Systemen (GDS-en). Naast dat deze GDS-en zelf duurzame energie opwekken (en deze direct verbruiken) kunnen deze partijen ook verbruik hebben aangesloten. Deze partijen hebben de potentie om energieneutraal en congestie verzachtend te acteren.
Aanvullende acties voor de Flevopolder
In Flevoland is provinciaal windbeleid, waarin dubbeldraaien tot maximaal 2026 wordt toegestaan. Daarna moeten alle separate kleine windturbines geamoveerd worden (vanuit een RO-perspectief). Deze maatregel dient ertoe te bekijken naar de positieve effecten van het uitstellen van de de-commissioning van de windmolens zodat zowel op het land als in het IJsselmeer windenergie opgewekt kan worden (dubbeldraaien).